Sluit [X]   
 

Soldaat Fr. van de Vrande in 1888: ouders trouwen te Leiden

© 1999-2017, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 10-5-2017

Linies - Buitenland

(Door Jurgen Lamers, Alkmaar)

Chinese Muur
Een deel van de Grote Muur in Badaling slingert door de bergen ten noorden van Beijing.
(Foto: © ChinaVista)

Één van de bekendste linies uit de oudheid is de Chinese muur. Deze muur is gebouwd aan de noordgrens van China als bescherming tegen invallen van volkeren uit het noorden. De Chinese muur is het grootste bouwwerk op aarde en is 6.000 km lang, 16 meter hoog en 5 meter breed. De bouw begon ongeveer in 214 voor Christus, ten tijde van keizer Ts'in Sje Hwang Ti.

Een van de voorbeelden dichter bij huis is de Muur van Hadrianus in het noorden van Engeland. Deze is tussen 117 en 138 na Christus gebouwd onder de Romeinse keizer Hadrianus. Noordelijker dan de muur van Hadrianus liep nog een tweede muur; de muur van Antonius.
De Romeinen maakten vanaf 47 na Christus van de noordgrens van hun rijk een militaire linie, de Limes, die langs de rivieren Rijn, Donau en Tigris van de Noordzee via de Zwarte Zee naar de Perzische Golf liep.

Behalve deze grote verdedigingswerken zijn er overal ter wereld vele kleinere verdedigingswerken geweest. Om een voorbeeld te geven: in Engeland ligt nabij Cambridge een dijk/greppel genaamd Devils' Dyke. Het is waarschijnlijk in de 6de of 7de eeuw aangelegd, na de Romeinse periode en voor de laat-Saksische periode. De dijk, de langste van een viertal, overbrugde de ruim tien kilometer tussen twee rivierdalen over een heuvelrug om de Saksen te beschermen tegen aanvallende Britten. Vanwege de steile helling vormde het een behoorlijke hindernis, zelfs voor goed uitgeruste legers. Men vermoedt dat de dijk slechts drie jaar gebruikt en onderhouden is. Het is nu slechts een herkenningspunt in het landschap van Cambridgeshire.

In latere jaren zijn het meer de belangrijke steden die ommuurd worden om aanvallen van tegenstanders af te weren. Pas in de 19de-eeuw komt het idee van grootschalige linies weer om de hoek kijken. Het oorlogvoeren vond toen niet meer plaats op het niveau van steden en streken maar op het niveau van landen en grootmachten. Niet zelden bestonden legers uit vele tienduizenden soldaten en zo mogelijk nog veel meer aanhangende personen.

Er zijn in Europa ook diverse kringstellingen zoals de Stelling van Amsterdam geweest. Zoals om Boekarest (90 km), Antwerpen (105 km) en Parijs (130 km). De kringstelling rond Amsterdam was met 135 km omtrek de grootste.

Maginot Linie

In Frankrijk was men aan het eind van de 19de-eeuw overtuigd van het nut van een grote linie als bescherming tegen aanvallen op de hoofdstad. Had men rond 1840 een ring van forten rond Parijs, tussen 1874 en 1885 werd er een nieuwe linie gebouwd die als voorloper van de latere Maginot Line gezien kan worden. De ontwikkeling liep parallel aan die in andere landen. Het systeem wat in deze periode ontwikkeld wordt, werd het systeem Séré de Rivières genoemd.

Een speciale granaat die rond 1885 in ontwikkeling was, de obus torpille of brisantgranaat, bleek bij proefneming de toen bestaande bomvrije gebouwen makkelijk te vernietigen. Daardoor werd in de periode na 1885 en tot 1914 met andere bouwmaterialen (vooral beton) en andere constructies gewerkt. In de ministeriële instructie van 22 juli 1887 werd veel geregeld. Het maakte o.a. de bouw van de forten bij Verdun mogelijk (o.a. Fort Douamont, Fort Vaux, Fort Souville en Ouvrage de Froideterre). In 1890 en 1891 deden de Nederlanders kapitein C.J. Snijders en commandant Voorduin voorstellen aan de Fransen voor hun fortontwerpen. Deze voorstellen leken veel op die van de Stelling van Amsterdam. Uiteindelijk werd hieruit de kazemat Bourges ontwikkeld.

Maginot Linie

Westwall

Ouvrage de Rimplas; Batterij bij het dorpje Rimplas in de Alpen-sector van de Maginot Linie.
(Uit: La Muraille de France)
De tankversperringen van de Westwall nabij het dorp Schmithof ten zuidoosten van Aachen.
(Foto: © René Ros, 1998)

De aanzet tot de bouw in Frankrijk van de linie die we kennen als de Maginot Line, kwam tot stand onder het bewind van minister André Maginot. Maginot was minister van defensie van 1922 tot en met 1924 en van 1929 tot en met 1932. Het plan voor de linie werd op 6 november 1926 gemaakt. De bouw vond plaats van 1929 tot en met 1940. De linie liep van iets ten noorden van Duinkerken, noordelijk langs Verdun en Metz (dit was het zwaartepunt) via Straatsburg naar de Zwitserse grens. De linie moest iedere dreiging vanuit Duitsland kunnen weerstaan.
Ook was er een linie op de grens van Frankrijk met Italië. De linie bestond uit ondergronds met elkaar verbonden kazematten, spoorwegen, geschutsopstellingen, uitkijkposten en magazijnen.

Als reactie op de Maginot Line bouwden de Duitsers via de Organisation Todt, de Westwall. Deze liep vanuit het zuiden parallel aan de Maginot Line en van daaruit langs de grenzen van Luxemburg, België en Nederland.

De Atlantikwall

Atlantikwall

Bunkers van de Atlantikwall bij IJmuiden.
(Foto: © René Ros, 2005)

Het doel van de Atlantikwall (1942-1944) was om landingen op de kust, en wel over de gehele lengte van het bezette gebied, te voorkomen. De Duitsers gebruikten bij de bouw van de Atlantikwall, standaard-ontwerpen die van Noorwegen tot en met Frankrijk werden toegepast. Franse ontwerpen uit 1900 dienden als basismodel. Hierbij valt te denken aan de werken rond Metz, Thionville en Graudenz. De te bouwen forten werden volgens een strak van te voren opgesteld plan gebouwd. Dankzij het gebruik van staal en beton kon er zelfs van geprefabriceerde onderdelen gebruik gemaakt worden. Afhankelijk van de behoefte kon er aldus een Festung samengesteld worden. Niet het landschap bepaalde het uiterlijk van het fort maar het doel.
In eerste instantie werden er enkele honderden standaard ontwerpen (Regelbauten) gebruikt bij de bouw van de Westwall (de Duitse westgrens). Dit grote aantal bleek echter een handicap te zijn voor o.a. de doeltreffendheid en de bouwsnelheid. Bij de bouw van de Atlantikwall werd het aantal standaard ontwerpen tot enkele tientallen teruggebracht.

In tegenstelling tot de meeste forten die als gevechtsstelling dienden, waren de Duitse bunkers slechts bedoeld als onderdak tijdens een belegering of als onderkomen voor zware wapens.
De Duitsers gingen uit van een mobiele actieve verdediging. Bij een aanval moest de vijand door tegenaanvallen uit de verdedigingszone verdreven worden. Deze zone was gewoonlijk één tot vijf kilometer breed. De bewapening was mobiel en de troepen waren reguliere soldaten en geen vestingtroepen. Ook werden er vele kleine versterkingen gebouwd, zoals de van oorsprong Italiaanse Tobroek. Ieder legeronderdeel had zo zijn eigen ontwerpen. In 1944 werden de land-, luchtmacht en marine gedwongen hun ontwerpen op elkaar af te stemmen en tevens elkaars taken uit te voeren.
De bestaande Nederlandse kustverdedigingswerken werden door de Duitsers ingenomen en uitgebreid. Het Fort bij IJmuiden, in het Noordzeekanaal, kreeg een Duitse bezetting. Er werden hier een flink aantal werken bijgebouwd die bijna allemaal zijn gesloopt.

RSS Feed met nieuws over de Stelling Stelling van Amsterdam Twitter Stelling van Amsterdam op sociaal netwerk Facebook Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn
Stelling van Amsterdam op foto-site Instagram Stelling van Amsterdam op foto-site Flickr Stelling van Amsterdam op video netwerk YouTube

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
'Kennismaken met de Stelling van Amsterdam' is een interactief e-book over de Stelling. (Advertentie)
 
 
 
Bekijk en bestel onze luchtfoto's van de forten digitaal, als afdruk of puzzel. (Advertentie)