Sluit [X]   
 

Militaire Drinkwatervoorziening in 1972: niet RLD-deel In gebruik gegeven aan Complexcommandant Haagseweg

© 1999-2017, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 19-10-2017

De Stelling van Amsterdam - Gebruik

Tijdens de bouw zijn eerst de verdedigbare aardwerken en later de bomvrije gebouwen in gebruik genomen zodra deze per locatie gereed waren. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de forten en batterijen permanent bezet waren, de meeste manschappen die erin zouden dienen waren oproepbare dienstplichtigen.
In vredestijd waren de forten onbezet en in oorlogstijd zou 10.000 manschappen de beveiligingsbezetting vormen. Zij bestond vooral uit de Landweer, oudere lichtingen dienstplichtigen, namelijk de Landweer Infanterie (LWI) met de bataljons XX, XXII, XXIII, XIV en XXV van ieder vier compagnieën. Tevens het 2de Regiment Vesting Artillerie (RVgA) en het 2de Landweer Artillerie Regiment met ieder drie bataljons, van ieder vier compagnieën waarvan twee voor op de forten en twee voor de tussenbatterijen.
Na een doorbraak van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zou de beveiligingsbezetting versterkt worden met het teruggetrokken veldleger. In vredestijd was het meeste inventaris van de forten, met het veldgeschut, in de bergloods opgeslagen om het uit het vochtige fort te houden.

Inundatie truckage

Het Fort aan de Middenweg wanneer de Beemster-polder geïnundeerd zou zijn.
(Foto: © René Ros, 1999)

De forten hadden soms eigen zwaar geschut maar meestal alleen licht geschut omdat hun hoofdtaak het afsluiten van dichtbijgelegen toegangen was. Bijvoorbeeld spoorwegen, wegen en diepere vaarwegen waarover de vijand makkelijker de Stelling kon naderen dan door de inundaties. De polders konden tussen 3 en 10 dagen met ongeveer 50 centimeter water bedekt worden, afhankelijk of zout of zoet water gebruikt wordt (1903). Een paar decimeter water is te diep om te lopen en te rijden maar te ondiep om te varen. Bovendien waren diepere sloten en andere hindernissen (eventueel speciaal aangelegd) onzichtbaar. Maar niet elke polder is op alle plaatsen even diep en dat vereist aparte waterwerken of extra verdedigingswerken.
Om aan voldoende water te komen werden speciale kanalen en andere inundatiewerken ingericht. Zout water werd te schadelijk voor het land geacht dus bij voorkeur werd zoet water aangevoerd. Hiervoor en voor reservevoorzieningen was een waterhuishouding nodig die gevolgen had voor heel West-Nederland.

Verdediging

Een geïnundeerd gebied dat het een vijand onmogelijk maakt binnen te dringen is ook ongeschikt voor de verdediging om over te gaan tot een aanval. Maar de regering had de houding aangenomen om in geval van oorlog neutraal te blijven, een groot eigen leger was te duur. Dus moest men zich concentreren op een verdedigingsmacht en hopen en wachten op bijstand van grotere bondgenoten.

Toen de bouw eenmaal beëindigd was, bestond de Stelling uit een ring van 3 tot 5 km breed en 135 km omtrek met daarin 46 forten en batterijen. De cirkel van water lag (en ligt) ongeveer 15 tot 20 km vanaf het centrum van Amsterdam. Daardoor lag de stad op veilige afstand van vijandig geschut maar ook niet te ver voor goed transport en goede communicatie.

Schuilplaats

Soldaten in een betonnen, scherfvrij onderkomen.
(Foto: collectie Nationaal Militair Museum / Jaap de Zee, 1916)

Het grote voordeel van een inundatielinie is dat met relatief weinig mankracht een groot gebied verdedigd kon worden. De geïnundeerde terreinen vereisten een lichte verdediging en de zwakke plekken waren de accessen maar die konden met beperkte middelen eenvoudig verdedigd worden.
De inundaties vormden de passieve verdediging. De actieve verdediging bestond onder andere uit de forten die op maximaal 3,5 km afstand van elkaar lagen. Hierdoor konden ze het tussenliggende terrein bestrijken en elkaar ondersteunen of zelfs een uitgevallen fort geheel opvangen. Echter, de echte actieve verdediging was het verrijdbare geschut. Weliswaar gestationeerd bij de forten, maar tijdens de verdediging kon het geschut in de beschutting van dijken en wallen tussen de forten geplaatst worden en vanaf verschillende batterijen de vijand beschieten. Hierdoor was het een effectieve, mobiele verdediging waarvan de locatie onbekend was voor de vijand mede dankzij het rookloze buskruit.
Als verdediger ben je bekender met het geïnundeerde gebied dan de aanvaller en kan je er op varen. Zeker als de aanvaller het waterpeil van de inundaties verhoogd had. De verdediger zette dan uitleggers, gevorderde dekschuiten met geschut, in. Naast Fort bij Kudelstaart werd daarvoor een sluis gebouwd om de uitleggers van de Westeinderplassen naar het geïnundeerde gebied te brengen.

Als het gevroren heeft, verliest een inundatie gedeeltelijk haar waarde. Maar een ijsvlakte blijft een glad, vlak en open terrein waar de aanvaller goed zichtbaar is en waar hij geen loopgraven en schuttersputjes kan graven. Bovendien kan de verdediger met in haar bezit zijnde sluizen het waterpeil beïnvloeden en daarmee de sterkte van het ijs. De manschappen en zeker de kanonnen zijn dan al snel te zwaar.

In Nederland gold in die tijd de Kringenwet uit 1853 waarin werd bepaald wat er binnen bepaalde kringen rond een verdedigingswerk wel en niet gedaan mocht worden. Wat er in de kleine kring (300 m.), de middelbare kring (600 m.) en de grote kring (1000 m.) gebouwd mocht worden hing af van de klasse waartoe het vestingwerk behoorde. Maar in geval van oorlog kon alles binnen die kringen gesloopt worden om een vrij schootsveld te krijgen en de verdedigingswerken bruikbaar te houden. De Kringenwet is tot november 1963 van kracht gebleven.

Organisatie

Vanaf de oprichting was de Stelling verdeeld in vier sectoren en deze sectoren waren verder opgedeeld in groepen en tenslotte in vakken met daarin forten. Elk van deze instituten had in oorlogstijd een eigen commandant en staf.
Kort na de mobilisatie van 1914 werd een aparte Positie van IJmuiden opgericht om de bevelvoering aldaar te vereenvoudigen. Tijdens die mobilisatie kregen de Sector-commandanten steeds minder een tactische rol maar meer een territoriaal commandant zonder directe rol bij defensieve acties. Het uitschakelen van een bevelsniveau maakte het de Groepscommandanten eenvoudiger om samen te werken indien verschillende groepen werden aangevallen. Bovendien zou de Gemeente Amsterdam diverse randgemeenten annexeren en daardoor de gebieden sterk wijzigen. In 1919 of 1921 werden dan ook de Sectoren opgeheven waardoor de bevelsstructuur overeen zou komen met die van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Ook vereenvoudigde het de bevelvoering, verbeterde de bevelvoering tussen groepen en verminderde het benodigde personeel. De Positie van IJmuiden werd toen vergroot tot het gehele kustgebied van de Stelling en vormde een aparte groep. In 1921 werd het onderdeel van de kustverdediging.

Na de Eerste Wereldoorlog besloot men in 1921 om het idee van een 'nationaal reduit' te laten vallen. De Stelling maakte daarna deel uit van de Vesting Holland en vormde daarvan de noordzijde. De oostzijde werd gevormd door de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Oranje Nassau-kazerne

De achterzijde van de Oranje Nassau-kazerne.
(Foto: © René Ros, 1999)

In 1922 werden een heleboel kantoren van het Departement van Oorlog, verspreidt door Amsterdam, verhuisd naar de Oranje-Nassau Kazerne. In het Algemeen Handelsblad van 10 januari 1922 wordt bericht dat het Bureau van de Stellingcommandant op zijn verzoek in het pand aan de Keizersgracht blijft. De Telegraaf van 5 juli 1922 bericht vervolgens: "commando in de Stelling van Amsterdam wordt als zoodanig tegen 1 september opgeheven". De Stellingcommandant, Kollewijn, gaat met pensioen.
Op dezelfde datum wordt de Vesting Holland opgericht waarin de Stelling van Amsterdam, Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van het Hollands Diep en 't Volkerak en de Stelling van de Monden der Maas en 't Haringvliet samensmelten. De Sector Ouderkerk viel (weer) onder het Oostfront, Groep Naarden met het groepshoofdkwartier in Hotel De Roskam te Weesp (1923). De overige sectoren vielen onder de Groep Alkmaar en Groep Haarlem van het Westfront.
In dezelfde tijd berichten de kranten over brand en fraude in de Oranje-Nassau Kazerne en miljoenen kostende productiefouten en arbeidsonrust bij de Artillerie-Inrichtingen bij de Hembrug. Ook werd er soms een schot gelost op indringers maar de artikelen gingen ook over het verhuizen van regimenten. Zo ging het 2e Regiment Vestingartillerie in 1922 van de Oranje-Nassau Kazerne naar Naarden om in 1927 opgeheven te worden.

Oefeningen

Er zijn diverse oefeningen bekend maar weinig over de inhoud ervan. Pas sinds 1875 werden jaarlijkse veldmanoeuvres gehouden. Na 1907 tweejaarlijkse veldmanoeuvres met in de tussenliggende jaren een vestingoefening. De meeste oefeningen, in de Stelling en elders, vonden tijdens de mobilisatie van 1914-1918 plaats.

De eerste bekende oefening vond in 1883 plaats in het deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie dat later tot de Stelling zou gaan behoren. Een oefening in 1894 vond daadwerkelijk in de Stelling plaats bij Fort bij Aalsmeer. Daarbij ging het om de mate van verdedigbaarheid van een aardwerk.
Het net voltooide Fort aan de St. Aagtendijk was in oktober 1899 het toneel van een oefening. Bij Aalsmeer vonden in 1899 en 1910 oefeningen met bewapende uitleggers plaats.

Alhoewel er ook in andere delen van de Stelling oefeningen moeten hebben plaatsgevonden is er vooral van oefeningen rond Haarlemmerliede (Fort benoorden Spaarndam, Fort bezuiden Spaarndam, Fort bij Penningsveer en Fort bij de Liebrug) informatie bekend.
In 1903 vond er van 15 tot en met 26 september een oefening met 1.700 manschappen. Onder andere op een terreinstrook ten westen van de Lage Dijk en ten noorden van de molen Slokop (welke tot 2010 aanwezig was) werden enkele tijdelijke werken aangelegd zoals deze ook tijdens een mobilisatie aangelegd zouden worden. Twee golfijzeren onderkomens en een batterij voor vier mortieren en een batterij voor 2 lichte vuurmonden. Zie de krantenartikelen over deze Fortmanoeuvres 1903.
Wederom werd vanaf 16 mei 1906 in hetzelfde gebied onder leiding van Majoor Luden (later Groepscommandant Luden?) een oefening met 600 manschappen gehouden. In dezelfde forten werden van 18 t.e.m. 23 juni 1906 de landweerplichtigen gelegerd.

De oefening waar het meest over bekend is, werd in september 1912 gehouden en ging om een deel van de Stelling in de omgeving van Uithoorn. Deze oefening was er één in de reeks grote jaarlijkse, vanaf 1907 tweejaarlijkse, oefeningen die het Nederlandse leger op verschillende locaties hield.
Tijdens deze grootschalige manoeuvre werden Fort bij Aalsmeer, Fort bij Kudelstaart, Fort bij de Kwakel, Fort aan de Drecht en Fort bij Uithoorn op oorlogssterkte gebracht. Bij de laatste twee waren de bomvrije gebouwen resp. in 1911 en eerder dat jaar opgeleverd, de anderen waren rond de vijf tot acht jaar oud. Van de oefening is een uniek verslag uit het Algemeen Handelsblad bekend.

Van 18 t.e.m. 30 augustus 1913 oefende de Vestingartillerie in de omgeving van Fort bij Veldhuis, Fort aan Den Ham en Fort bij Krommeniedijk. De 2de en 4de compagnie van het 1e bataljon van het 2e regiment Vesting Artillerie werden in de forten ondergebracht, de eersten al op 4 juli.
In de Sector Ouderkerk, Groep De Nes werd van 5 tot en met 9 oktober 1915 een verder onbekende oefening gehouden. Een jaar later, van 19 tot en met 22 september 1916, vond een oefening plaats in de Groep Halfweg en delen van Groep Schiphol en Groep Westzaan (Sector Zaandam). Dit was blijkbaar een vrij omvangrijke oefening want zowel de infanterie, veldartillerie, motorboten en - voor het eerst - vliegtuigen en bommenwerpers van Vliegkamp Schiphol deden er aan mee.

De oefeningen leverden veel leerstof voor de militairen op: slechte voorbereidingen, vertragingen door gebrek aan materialen en een verre van optimale bevelstructuur.


De kern van de Stelling van Amsterdam zijn de onderwaterzettingen, het inunderen van de polders. Veelal met speciaal gebouwde waterwerken kon nauwkeurig het waterpeil bepaald worden; zie hoofdstuk Inunderen.

RSS Feed met nieuws over de Stelling Stelling van Amsterdam Twitter Stelling van Amsterdam op sociaal netwerk Facebook Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn
Stelling van Amsterdam op foto-site Instagram Stelling van Amsterdam op foto-site Flickr Stelling van Amsterdam op video netwerk YouTube

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
ReneRos.biz voor ontwikkeling, advies & expertise en opleidingen voor Filemaker database-toepassingen. (Advertentie)
 
 
 
FMTraining - Trainingen en cursussen voor gebruikers en ontwikkelaars van FileMaker (Advertentie)