Sluit [X]   
 

Fort bij Vijfhuizen in 1972: in gebruik gegeven aan commandant CVP-Mba-1, sectie munitieonderzoek

© 1999-2017, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 19-10-2017

Linies - Nederland

In de loop van de geschiedenis had de mens behoefte om zijn grondgebied te beschermen tegen aanvallers van buitenaf. Deze behoefte bestond ook in Nederland. Sinds de Romeinse tijd kunnen we de volgende ontwikkelingen in chronologische volgorde onderscheiden:

De ontwikkelingen liepen veelal in elkaar over en sommige verdedigingen bleven lange tijd in gebruik. Opgemerkt moet worden dat de Romeinen qua technieken hun tijd ver vooruit waren. Na afloop van het Romeinse tijdperk was er op een aantal terreinen dan ook een teruggang (bv. vestingen en linies verdwenen).
De manier van verdedigen was altijd een antwoord op de ontwikkeling van de aanvalstactieken en de gebruikte wapens.

Sinds de tachtigjarige oorlog is er in Nederland een verdedigingssysteem ontwikkeld gebaseerd op inundaties, onderwaterzettingen. Het idee hierachter was om het terrein onbegaanbaar te maken door het onder water te zetten. Hierdoor kan op effectieve wijze het beschikbare materiaal op de niet geïnundeerde grond ingezet worden. Op deze manier zijn voor de verdediging minder manschappen en materiaal nodig. Een typisch Nederlandse oplossing: geen cent te veel als het niet nodig is.
In de 19de-eeuw worden deze linies uitgebreid met een gordel van forten. Een aantal stellingen zijn aldus ontstaan zoals de Stelling van Den Helder en de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

In de 14de-eeuw maakte het buskruit het mogelijk met kogels bressen in muren te schieten. Als reactie hierop werden de muren dikker. Tijdens de 16de-eeuw werden in Nederland door Italiaanse vestingbouwers de nieuwste ontwikkelingen toegepast. Aangezien er bij deze ontwerpen nogal wat praktische bezwaren waren, o.a. aanlegtijd en kosten, werd er naar alternatieven gezocht.

Oudnederlandse stelsel

Schoolplaat Oude Hollandsche Waterlinie

Prins Willem III in de Oude Hollandse Waterlinie, 1672

Dankzij Simon Stevin en Adriaan Anthonisz ontstond het Oudnederlandse stelsel. Het stelsel bestond uit hoge en lage aarden wallen, grote bastions en kleine courtines. Omdat het leger klein was en niet geschikt om een treffen in open veld aan te gaan, werden er verdedigingslinies aangelegd.
Deze linies bestonden uit natuurlijke wateren en gebieden die snel onder water gezet konden worden. Op de gedeelten die droog bleven stonden dan de versterkingen.

In 1629 werd van de (Oude) Hollandse Waterlinie gebruik gemaakt bij het beleg van Den Bosch. Gebieden van Schoonhoven tot Oudewater en van Woerden tot Nieuwersluis aan de Vecht werden onder water gezet. Ook in 1672 werd de linie gebruikt. Het oprukkende Franse leger kreeg hierdoor geen kans meer gebieden te bezetten.

Rond 1672 is het systeem van de landsverdediging bepaald zoals dat tot de afschaffing van de Vesting Holland na de Tweede Wereldoorlog is gebruikt. Namelijk in de vorm van de (Oude) Hollandse Waterlinie en de Posten van Krayenhoff die later wel verbeterd en uitgebreid werden tot de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam.

Nieuwnederlandse stelsel

Menno van Coehoorn kon, als Directeur-Generaal der Fortificatiën, in 1695 een aantal verbeteringen doorvoeren die hij in 1685 gepubliceerd had. Dit systeem werd bekend als het Nieuwnederlandse stelsel. De verbeteringen waren nodig, omdat zowel de bewapening als de tactiek was veranderd. De bastions werden versterkt. Ook stelde van Coehoorn voor om geïnundeerde linies te maken met daarin forten als centrale punten. Tot die tijd stonden er op de droge plaatsen slechts veldversterkingen.

Door verwaarlozing onbruikbaar geworden, werkte de (Oude) Hollandse Waterlinie in 1787 niet. Het Pruisische leger kon toen zonder al te veel problemen Amsterdam binnenvallen (zie Patriotten 1787). Toen in 1799 de Russen en de Engelsen bij Callantsoog binnenvielen, werd in allerijl de verdediging in gereedheid gebracht om Amsterdam met succes te beschermen. De Fransen en de Bataven zorgden voor gewapende schepen op het IJ en bij Pampus. Bij Spaarndam werden verdedigingswerken ingericht en het terrein werd geïnundeerd. Ten noorden van Amsterdam werden stellingen gemaakt van Monnikendam via Beverwijk naar Wijk aan Zee, de Linie van Noord-Holland. De eigenlijke slag vond toen plaats bij Bergen en Bakkum.
Om de gebeurtenissen uit 1799 in de toekomst te voorkomen, werd er een permanente Linie van Beverwijk aangelegd; Holland was hier toen op zijn smalst. Als men uit het noorden kwam moest men langs Beverwijk om Amsterdam te bereiken. Tevens werd de verdediging van Den Helder (o.a. het fort Kijkduin in Huisduinen) en Vlissingen verbeterd.

Amsterdam

Koning Willem I liet in 1815 luitenant-kolonel Krayenhoff een plan uitwerken voor de landsverdediging. Hieruit ontstond de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Deze nieuwe linie kwam ten oosten van de Oude Hollandse Waterlinie te liggen.
Ook werd besloten tot de aanleg van de Posten van Krayenhoff. Het werd een linie met eenvoudige forten waarvan de plaats afhankelijk was van de droog blijvende doorgangen in de inundaties. De aarden wallen en het lichte geschut maakten het tot een zwakke linie.

Door de veranderingen van het geschut rond 1860 en de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 bleek dat de linie onvoldoende bescherming bood. De Nederlandse regering werd gedwongen de verdediging aan te passen aan de snelle ontwikkeling van het wapentuig tijdens de industriële revolutie.

Op 8 april 1874 werd om de moderniseringen van krijgsmiddelen het hoofd te kunnen bieden, de Vestingwet aangenomen. Hierin werden veel oude vestingwerken opgeheven en moesten linies aangepast worden aan de moderne techniek. Er zou rond Amsterdam een stelling worden aangelegd als laatste en tot het uiterste te verdedigen gebied.

Laatste linies

Dijk Kornwerderzand

Kazemat V op de Afsluitdijk bij Kornwerderzand. (Foto: © René Ros, 2008)

Tussen de twee wereldoorlogen werden nog een aantal verdedigingswerken aangelegd die de laatste waterlinies van Nederland zouden worden. Na de Tweede Wereldoorlog zou alleen de IJssellinie nog aangelegd worden.

Bij de aanleg van de Afsluitdijk (1932) werden ook de verdedigingswerken bij Den Oever en Kornwerderzand aangelegd en op het Friese land een inundatielinie: de Wonsstelling. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het de Duitse aanvaller wel gelukt om de Wonsstelling te doorbreken maar Kornwerderzand werd pas ingenomen na de capitulatie.
Ook de Peel-Raam stelling dateert van voor de Tweede Wereldoorlog en was, net als de Grebbelinie, een tweede linie met als doel het vertragen van de aanvaller. Ook hier werd water als verdediging gebruikt maar omdat dat uit België moest komen waren er speciale bekkens aangelegd om niet afhankelijk van die aanvoer te zijn.

De laatste waterlinie van Nederland was onderdeel van de NATO verdediging tijdens het eerste deel van de Koude Oorlog. De verdedigingslijn van de NATO volgde toen de loop van de Rijn, waardoor het deel van Nederland ten noorden van de rivieren onverdedigd zou zijn. Dat was een schrikbeeld voor de Nederlandse regering en deze stelde een plan voor de IJsselverdediging op. Dit werd later uitgevoerd (1949-1952) en omvatte de aanleg van bunkers, zowel voor verdediging als commando en verzorging, en inundatiekommen in het IJsseldal.
Het meest opzienbarende onderdeel van deze IJssellinie was het gebruik van drie drijvende stuwen in de IJssel (bij Olst), Waal (bij Nijmegen) en de Nederrijn (bij Arnhem) om voldoende water in de IJssel te kunnen hebben. De stuwconstructies waren 86 meter lang, 30 meter breed en 8 meter hoog (die bij Nijmegen was zelfs 230 meter lang) en lagen in vredestijd in een speciale haven. Ze konden met lierconstructies op een geprepareerde locatie in de rivier worden afgezonken.
Ook de werken van Kornwerderzand zijn nog aangepast om als uitloper van de IJssellinie dienst te doen. Het complex werd bemand door Amerikaanse soldaten. Later verschoof de verdedigingslijn naar West-Duitsland en in 1964 werd tot liquidatie besloten en begonnen met de sloop. Er zijn nog voldoende restanten te vinden en de ontwikkelde technieken vonden hun weg naar Zeeland en het Deltaplan.


De Nederlandse vestingbouwers werden beïnvloed door buitenlandse ontwikkelingen: op het gebied van verdedigingswerken en geschut. Italië heeft een grote invloed gehad op het Oudnederlandse Stelsel. En Nederlanders zijn van invloed geweest op Franse linies.

RSS Feed met nieuws over de Stelling Stelling van Amsterdam Twitter Stelling van Amsterdam op sociaal netwerk Facebook Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn
Stelling van Amsterdam op foto-site Instagram Stelling van Amsterdam op foto-site Flickr Stelling van Amsterdam op video netwerk YouTube

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
Beleef het zelf: kom ook naar de forten en waterlinies in Nederland! (Advertentie)
 
 
 
Beleef het zelf: kom ook naar de forten en waterlinies in Nederland! (Advertentie)