Sluit [X]   
 

Fort bij Krommeniedijk in 1915: sportwedstrijden Groep Wormerveer te Uitgeest

© 1999-2019, René G.A. Ros
Laatst gewijzigd 30-5-2019

De Stelling van Amsterdam - Documenten

Diemerdamse oorlogsherinneringen

Door Lies Klop.

Mijn vader Albert Klop was fortwachter van de Kustbatterij bij Diemerdam en hij moest het terrein onderhouden. Hij hield alles in de gaten, ook de sluis. Ik was enigst kind, maar ik had dat nooit in de gaten, er waren altijd zoveel mensen bij ons thuis.
In de winter kon je leuk van de heuvels afglijden. Soms hielp ik bij de boerderij van mijn vriendin Nel mee met hooien. Dan moesten we het hooi omkeren en zo. Ze waren wel blij met me. Een extra knechtje. Ik vond het leuk werk.

Bezetting

Munitiemagazijn van Kustbatterij bij Diemerdam.De hele Tweede Wereldoorlog was het een komen en gaan van Duitsers maar ze zaten er niet altijd. Ze zaten op de bunkers, meestal in tenten. Soms zaten ze in een kazemat. Dan werden we ’s ochtends wakker: Oh, er zijn weer andere Duitsers. Dat is moeilijk te begrijpen, het was natuurlijk best wel heel spannend allemaal.
De Duitsers waren jonge jongens die geen idee hadden waar ze waren. Ze dachten dat Engeland aan de andere kant van het water lag. Mijn vader vond het leuk om dat idee verder te voeden en aan te dikken. Hij vertelde met verve over alle plaatsen in Engeland die aan de overkant van het water zouden liggen.
We hadden ook een hondje waar al die Duitsers gek van waren, een wit hondje en hij heette Monkey. Oom Hans, mijn moeders jongste broer, zat op de grote vaart en bracht ‘m mee van een verre reis. Het was een Maltees Leeuwtje en zag er uit als een aapje. Op een bepaald moment werden we ’s ochtends wakker. Duitsers weg, hondje ook weg. Ze hadden ‘m meegenomen, ik heb ‘m nooit meer terug gezien.

Tegen het eind van de oorlog waren er Duitsers ingekwartierd. Ze namen de mooie kamer, die gebruikten we alleen op zondag. Een gedeelte van het meubilair ging er uit en er kwamen bedden te staan. Er zaten meestal twee Duitsers, soms één. Het ging om hoge pieten, officieren. Ze namen soms een hoer mee.

In die zelfde periode zaten op zolder of in de bunkers soms mannen die tijdelijk een onderduikplek moesten hebben, die bijvoorbeeld tewerkgesteld waren en moesten onderduiken. Ook als ze iets uitgespookt hadden. Bijvoorbeeld Dick van Uiting, die was bij ons op de dag dat Gideon weggehaald werd. Hij had Duitsers dood geschoten en er stond een hele grote prijs op zijn kop. Hij kon ontvluchten met oom Hans. Hij zat ook bij ons ondergedoken. Samen zijn ze ontsnapt door het keukenraam, toen zijn ze door sloten en het riet weg gekomen.

'Tante' Bettij

Eerst was die tante er. Ik noemde haar tante, ik heb nooit haar naam geweten. Zij is ’s nachts begraven. Het was ook heel spannend, want later gingen de Duitsers vlak bij het graf een loopgraaf graven.
Wat m’n vader op het laatst nog gedaan heeft: Er zaten ringslangen bij ons op het fort. Die waren niet giftig. Hij had er verschillende gepakt en in een kist gedaan met een glasplaat er op. Dat stootte af, de Duitsers vonden dat eng en dan bleven ze weg bij het graf. Die kist stond boven op de geraniums.
Daarna zaten er vanaf 1943 drie Joodse onderduikers. Rina was 8, Gideon 13 jaar en Bep was zo’n 22 jaar. Bep, Rinah en ik sliepen in een slaapkamer naast de mooie kamer. Ook toen Bep weg was en de officieren ingekwartierd waren, bleven Rinah en ik in die kamer slapen.

'Nichtje' Rinah

Toen Rinah bij ons kwam, toen was het een klein opdondertje en ze was heel zielig, ze zat onder de vreselijke puisten. Ze had stekeltjes haar, ze hadden haar helemaal kaal geknipt vanwege ongedierte. Het was echt een ziel. Dokter van Gemert heeft toen veel gedaan voor haar voor medicijnen en zalf. Later is er een Duitser gekomen die was veel met kruiden bezig. En hij heeft toen ons gewezen op een bepaald plantje. Dat moesten we plukken en er moest thee van getrokken worden. Dat moest ze drinken. Dat heeft wel geholpen.

Ik moest op school vertellen dat ze m’n nichtje was. Mijn tante was zogenaamd ziek en de kinderen moesten bij familie ondergebracht worden. En op school wist hoofdmeester Bretschneider het wel. De andere leraren ook waarschijnlijk.
Rinah zat in huis terwijl de Duitsers er ook waren. Nou, mijn ouders namen heel wat risico’s. De Duitsers zeiden: Rinah lijkt op vader en Lies lijkt op moeder. Dat lieten we zo.

Boerderij Zeehoeve.Rinah en ik zaten op de school met de Bijbel in Diemen. Ik denk dat Rinah in de tweede klas zat en ik in de zesde. Wij vonden het druk, maar tegenwoordig zouden ze zeggen dat het een kleine school was geweest. De klassen zaten niet bij elkaar. Iedere klas had z’n eigen lokaal.
Het was wel een uur lopen naar school. Dan moest je het weggetje aflopen naar het kanaal toe. Dan kon je zo met de pont oversteken en dan gingen we naar school. Als er ’s winters ijs lag, gingen we over het ijs. Af en toe kregen we een lift van een boer met een paard en wagen maar meestal was het lopen.

We waren altijd met een hele groep en dat was gezellig. Met Cor en Nel van boerderij Zeehoeve. Cor was wel wat ouder. Nel was mijn vriendin. Zij hadden langer fietsen dan dat wij hadden. De boeren hadden van alles om te ruilen. Wij niet. Verder kinderen van Smeenk. Maar Gerard ging naar de openbare school. We liepen wel samen. Dan spraken we af bij de pont op een bepaalde tijd.
Er was een periode dat we niet naar school konden, want dat was te gevaarlijk. We moesten langs de Rijksstraatweg, en daar werd nogal veel geschoten dus toen zijn we een periode niet naar school gegaan.

'Piet' was Gideon

Vermoedelijk latere foto van Gideon Cahen.Ik weet het niet meer precies wanneer Gideon kwam. Het was zeker in 1944. Ik weet nog dat hij in 1943 vlak voor de kerst bij ons kwam. En ik weet nog dat mijn moeder, kalkoen had klaar gemaakt. Wij hadden kalkoenen. Er werd er een geslacht. Gideon kwam ergens vandaan waar ze heel weinig te eten kregen. Hij vond het heel lekker maar toen is die jongen ziek geweest. Z’n maag was het eten niet meer gewend.

Gideon noemden we Piet. Hij kon prachtig zingen. Dan zat hij bij ons op het aanrecht te wippen en zong mooie volksliederen. Hij kon ook mooie verhalen vertellen. Hij kon samen met mijn oom Hans praten over andere landen. Oom Hans had die landen gezien en hij dacht dat Gideon er ook geweest was. Later bleek dat Gideon alles uit boeken had. Dat verbaasde oom Hans enorm. Hij had de verhalen echt geloofd!

Rinah en ik moesten ook met Gideon spelen. Eigenlijk moesten we hem zoet houden. We hadden een grote zolder. Hij was best wel heel handig, hij kon mooie bootjes en vliegtuigjes vouwen. Hij verlangde wel van ons dat we dan met hem meespeelden. Wij hadden daar niet altijd zin in maar ja, wij moesten van mijn ouders want dan hielden wij hem bezig. We hebben hem ook wel geplaagd, hij ons ook.

Gideon kon niet stil zitten. Nu zou je zeggen dat hij ADHD had of zo. Waar hij heel veel moeite mee had, dat hij eigenlijk altijd binnen het fort moest blijven want als je Gideon zag dan wist je gelijk wie je voor je had. Hij mocht op het fort wel naar buiten. Soms mocht hij wel melk gaan halen bij de boerderij. Gideon liep ook wel eens stiekem weg naar de pont, dat vond hij machtig interessant natuurlijk. Dan kreeg hij echt op z´n duvel van m´n vader. Dat mocht echt niet!

Veer over het Merwedekanaal bij Overdiemen en Diemerdam.Met zekerheid hebben we het nooit kunnen zeggen door wie hij verraden was. Maar vooraan, als je van de pont af kwam, dan had je een soort klein dorpje. Allemaal huisjes stonden daar. Er was daar één iemand en die was echt niet te vertrouwen. Ze vermoeden dat hij het is geweest. Hij had Gideon wel eens bij de pont gezien.

Gideon werd door de Duitsers met de auto opgehaald. Mijn moeder was die dag aan het werk bij een oude buurvrouw, mijn vader was op het land. Ik was thuis, ik moest voor brood zorgen.
Gideon is uit bed gehaald en meegenomen. Mijn vader kwam toen net aanlopen en moest ook mee. Maar die kwam ’s avonds naar huis omdat hij op het fort zat en als de Engelsen zouden komen moest de boel onder water worden gezet. Alleen hij had de sleutels en de gegevens daarover. Toen hebben ze ‘m toch laten gaan. Maar toen was de angst dat ze m’n moeder mee zouden nemen natuurlijk. Dat hebben ze gelukkig niet gedaan.

Op die zelfde dag lagen er bij ons in de bunker munitie en kisten en geweren en revolvers. Ik wist ook niet dat dat daar lag. We moesten het gauw weg werken, er waren ook onderduikers. Aan de kant van de zee hebben ze een groot gat gegraven, daar moesten we alles naar toe brengen.

'Annie' was Bep

Toen Bep bij ons kwam heette ze al Annie. Later hoorden we haar echte naam. Bep moest weg omdat Gideon verraden was. We vertrouwden het niet meer. Rinah moest toen ook een poosje weg, dat was tijdelijk. Ze kwam weer terug. Ik weet niet waar ze heen ging. Alles werd verzorgd door twee dames van het verzet. Er werd tegen hun gezegd dat Rinah terug mocht komen als het weer kon.

Bep heb ik lopend naar Amsterdam gebracht, via de dijk. Ter hoogte van het Ajax stadion was een pontje. Daar zou aan de overkant iemand staan die Bep op zou wachten. Ik moest Bep naar het pontje brengen en kijken of die persoon er was. Die was er, toen kon ze over. Ze had een hoofddoek om. Ze zag er Joods uit, dus het was best wel spannend.

We hebben later contact met haar gehad en met haar moeder en met Janny, haar zusje. Ze trouwde in Amsterdam, in de synagoge in de periode 1945-1950. Later dat ze getrouwd was, zijn mijn ouders er nog bij geweest. Ze kregen twee kinderen, een jongen en een meisje. En toen zijn ze op een gegeven moment geëmigreerd. Ik weet niet meer of het naar Brazilië of naar Argentinië was. In ieder geval naar Zuid-Amerika.

Bevrijding

graf Bettij Büchenbacher.Rinah zei dat alles aan het eind van de oorlog onder water gezet moest worden. De koeien van de boerderij zochten droge grond op en dat was op het fort. Toen kwamen de geallieerden en zagen beweging. Daar schoten ze op.
Het was best een enge toestand. We moesten in de bunkers zitten en ook slapen. Ik heb er nog steeds angst door om in kleine ruimten te zijn. We moesten daar slapen en er waren van die dikke deuren. Een akelige plek. Rinah kan zich dit niet herinneren. Er stonden bedden, stapelbedden.

Van de bevrijding van Diemen kan ik niets herinneren. Volgens mij was ik met mijn moeder met een boot naar Utrecht. Daar woonden mijn opa en oma. Ik denk ook om het afscheid van Rinah makkelijker te maken. Het was heel moeilijk voor ons.
Het werd nog een hele consternatie want sommige mensen wisten wel wat er bij ons gebeurde maar wij mochten er niet over praten. En toen kwam er ineens een lijkauto om de begraven tante op te halen. Wie was er overleden? De mensen waren helemaal van slag. Ze zeiden: "dat hebben we helemaal niet geweten!"

Zie ook Onderduiken op Diemerdam.

Tekst: René Ros.
Bron: Interview met Lies Klop door Esther Shaya in 2016.
Met dank aan: Esther Shaya.

RSS Feed met nieuws over de Stelling Stelling van Amsterdam Twitter Stelling van Amsterdam op sociaal netwerk Facebook Doc.centrum Stelling van Amsterdam op LinkedIn
Stelling van Amsterdam op foto-site Instagram Stelling van Amsterdam op video netwerk YouTube

Deze website wordt verzorgd door particuliere experts en is geen website van een overheid.
Gebruik door commerciële partijen alleen met voorafgaande toestemming.
Stelling van Amsterdam. Een stadsmuur van water.
UNESCO Werelderfgoed sinds 1996
Maxilia relatiegeschenken. (Advertentie)
 
 
 
Forten Info over verdedigingswerken en militair erfgoed zoals forten en bunkers. (Advertentie)